Ik had een nieuwe

25/01/2010 - 0 reacties

fiets nodig. Per Direct, welteverstaan. Een goedkope maar wel een hele goede fiets. Ik vroeg papa of hij nog wat mannetjes kende.
Nou, zei papa. Je moet maar even langs oom Rudy.

Oom Rudy is de oom van oom A. Nou dan, hoef ik u allen ook niet echt uit te leggen hoe oom Rudy eruit ziet. Oom Rudy is een 73jarige oud Indisch mannetje die allang met pensioen is maar nog lang niet kan stilzitten.
Dus repareert oom Rudy oude fietsen. Die knapt hij op, hij maakt van verschillende oude onderdelen een nieuwe fiets, en die verkoopt hij weer door. Vooral aan “de mensen van de masjid”, zei oom Rudy.

Een paar dagen later kon ik mijn fiets ophalen. Ik belde voor de zekerheid eerst nog naar oom Rudy, hoelaat ik kon komen. Met oude mensen weet je het nooit.
“Kom over een uurtje”, zei oom Rudy. “Ik moet nog slot ophalen”.

Prima. Ik kwam een uurtje later bij oom Rudy. Oom Rudy was nog bezig met de laatste dingetjes af te maken aan de fiets in de kelder. Ik keek mijn ogen uit in die kelder. Tot het plafond was de kelder vol met fietsen. Fietsenbanden. Zadels. Hier en daar zag ik wat fietstassen. Fietspompen. Planken zaten vol met bakjes met schroefjes, metalen buizen, schroevendraaiers, hamers en weet ik veel wat nog meer.

“Nog even zadel goed doen, nona”, zei oom Rudy. Met al zijn kracht probeerde hij de zadel vast te doen. Ik hoorde oom Rudy hijgen van de inspanning. Die arme oude man.
“Nu moet je even proberen”, zei oom Rudy.

Ik ging maar even proberen. Het fietsen lukte voor geen meter. De zadel zat niet vast, waardoor ik elke keer naar links of naar rechts ging. De versnellingen zaten of veel te licht of veel te zwaar, waardoor ik totaal niet vooruit kwam.
“Ehh..oom Rudy!” riep ik. “Oom Rudy, het gaat niet echt! Kijk, ik kom nauwelijks vooruit!”.
Oom Rudy zat aan de kant te kijken. “Je moet die versnelling naar 1 doen, nona”, riep hij terug. “Doe naar 1, doe maar naar 1”.
Ik probeerde de versnelling naar 1 te doen, maar dit lukte niet. Met de fiets aan mijn hand liep ik terug naar oom Rudy.
“Oom Rudy, dit gaat niet”, zei ik.

In de kou probeerde oom Rudy nog wat aan het zadel te hanessen. Hij speelde wat met de versnellingen.
“Dit zit niet goed”, concludeerde oom Rudy. “Ga maar weer naar huis”. “Kom volgend weekend maar terug”. 
Mooi is dat. Ik kon het hele eind weer terug lopen.

“Zeg oom Rudy”, “heeft u zelf eigenlijk ook een fiets?”, vroeg ik hem nog.
“Jawel hoor”, zei oom Rudy. “Een mootenbijk”.

Oom Rudy heeft dus een mootenbijk. Een weekje later kon ik mijn fiets weer ophalen. Twee weken later zit de zadel weer los, en fiets ik constant in de derde versnelling.

Vorige post Volgende post

0 reacties

Laat een reactie achter