Vroeger toen ik een heel

13/01/2010 - 0 reacties

klein schattig meisje was, nu ben ik nog steeds schattig maar niet meer klein meer, iets van 1.65, nou das toch niet klein, best wel groot dacht ik zo, nou in ieder geval, toen had ik een onzichtbaar vriendje. Of vriendinnetje. Zelf weet k niet meer zo goed wat hij/zij nou echt was.

Ik noemde het onzichtbare vriendje Dinky. Volgens mijn moeder scheen ik urenlang zoet te zijn door met Dinky te praten. Ik heb geen flauw idee waar k t met Dinky overhad, maar k heb er zelfs mijn bijnaam aan overgehouden; mijn ouders noemen mij altijd Dinky.

In groep 2 van de basisschool moest ik opeens een soort toetsje maken. Wat voor toets het was weet ik niet meer precies, maar ik moest heel veel praten, en ik had daar helemaal geen zin in, weet ik nog wel. Later hoorde ik de juf tegen mijn moeder zeggen:”ze zit altijd zo te dromen, in haar eigen wereldje, en dan kom je er helemaal niet bij”.

Later in groep 3 leerde ik lezen. Met de hele klas moesten we dan een voor een een stukje lezen uit een boek. Ik was ondertussen veel verder in het verhaal dan de rest, en op een gegeven moment was het kennelijk mijn beurt om te lezen. Ik zat echter zo in het verhaal dat ik totaal onbereikbaar was.
Ik kan me nu nog herinneren hoe ik langzaam weer in de “bewoonde wereld” terugkwam, dat ik eerst heel zachtjes, steeds harder, de stemmen hoorde van mijn klasgenootjes, van juf Corrie (de liefste juf die ik ooit gehad heb btw, deze soort juffen moet de Pabo vaker produceren): Des..Des…HALLO..Des…joehoe…Des!
Ik kwam weer terug, keek warrig om me heen, zei:”oh sorry!”, en ging verder lezen waar we waren.

We hadden in groep 3 ook altijd zo’n kringggesprek. Op de maandag, zodat iedereen altijd kon vertellen wat er allemaal was gebeurd in het weekend. Ik zei niets. Niet dat ik niets deed in het weekend, maar nooit vond ik het waard om het te vertellen. Tot ik op een dag een verhaal verzon, zomaar, een verhaaltje, ik weet niet eens meer waar het over ging, maar het kringetje kinderen luisterde zo aandachtig, en die aandacht vond ik zo fijn dat ik er steeds meer bij verzon. Tot een gegegeven moment juf Corrie mijn moeder in de supermarkt tegenkwam. En iets zei over mijn verzonnen verhaaltje, en mijn moeder er niets meer van snapte.

Op de Mavo begon Maxwel erbij te komen. Maxwel, mijn imaginery friend, die me door de pubertijd heen trok, die erbij was toen ik mijn eerste spreekbeurt gaf, mij steun gaf bij mijn examens, mijn eerste rijles, liefdesvedriet, met Maxwel had ik
’s nachts de leukste gesprekken, en toen werd ik opeens 23 en dacht ik: ik kan het nu wel alleen af.

Ik weet niet eigenlijk niet eens meer zo goed wat ik met dit stukje wou zeggen. Ja, dat ik altijd een beetje een eigen wereldje heb waar ik me stilletjes in kan terugtrekken, en heerlijk mezelf kan zijn. Ben ik de enige hierin?

Vorige post Volgende post

0 reacties

Laat een reactie achter