Er ging een man naast

02/03/2010 - 0 reacties

mij in de trein zitten. Een oude man, met een grote bril en een vieze broek.
En klompen, mijn God, hij had klompen aan. Hij stapte in toen de trein bij een dorpje stopte, dus ergens klopte dit plaatje wel.

De man stonk. Naar buitenlucht. En vieze boerenlucht. Sorry, ik kan het niet anders zeggen. Ik denk ook dat hij naar hooi stonk, want ik associeer boeren met balen hooi. Bovendien heb ik in een ver grijs verleden stage gelopen bij de politie in een dorp. Er kwamen dan mensen klagen over hun buren, en die mensen stonken ook naar boer. Echt. Ik moest hier weer even aan denken toen de man naast mij ging zitten. Het ligt niet aan mij. Boeren stinken echt gewoon.

De man had ook nog eens een kunstgebit in. Hij zat met het kunstgebit te spelen. Ofzo. Ik hoorde gesmak. Ik hoorde gewoon het gesmak van zijn kunstgebit.
Gadverdamme.

Hij bewoog heel erg veel en ademde ook hard. Ik ging nog verder van hem vandaan zitten, heel dicht tegen het raam met mijn sjaal tegen mijn neus.

Godver. Ik kan me hier natuurlijk rot aan ergeren of ergens anders zitten, bedacht ik me.
Ik stond op, pakte mijn jas en tas, en vroeg of ik er langs mocht.
“Mevrouw, gaat u nu ergens anders zitten?”, vroeg de man.

Ik boog met de sjaal nog tegen mijn neus naar hem toe.
“Meneer, u stinkt”, zei ik.
“En ik ben verkouden”.

Edit: maar natúúrlijk heb ik dat niet tegen die arme man gezegd. Tenminste, niet in het echt. Wel in mijn hoofd.

Vorige post Volgende post

0 reacties

Laat een reactie achter