Dit weekend komen mijn

24/07/2010 - 0 reacties

schoonouders op bezoek, en ik ben best wel zenuwachtig. Dit is namelijk HET moment als ideale schoondochter om mij te bewijzen. Ik zal nu namelijk echt moeten laten zien dat ik kan koken.

In de Indonesische cultuur kan je als vrouw namelijk koken. Punt. Er bestaat niet zoiets als een vrouw die niet kan koken, behalve een vrouw die haar eten niet goed kruidt. Dan is het flauw, en als je bekend staat als de Indonesische vrouw die flauw eten serveert, dan kan je net zo goed je koffers inpakken en wegwezen. Als ik op vakantie in Indonesië op een bruiloft ben, dan is het eerste wat ik de dag erna hoor tussen de roddels van mijn tantes “hoe vond jij het eten?” “vond jij het eten ook niet een beetje flauw?” of het allerergste wat je als gastvrouw kan overkomen “het eten smaakte zuur”.
(Wat nogal logisch is als bij een bruiloft in een land met een temperatuur van 30 graden).

Ik kan helemaal niet koken. Of tenminste: ik kan best een behoorlijke lekkere maaltijd maken, maar koken zoals mijn moeder, mijn oma of mijn tantes, dat kan ik (nog) niet. Ik ben wel lerend natuurlijk aangezien ik nu samenwoon en volgens mijn oma gaat liefde door de maag en “je moet nu voor een man zorgen, Des, dus zorg nou eens voor een echte maaltijd, nee soep met stokbrood is geen maaltijd”.
Ik sta in de familie ook wel bekend als de dochter van D. en T. die niet kan koken, dus eigenlijk kan ik helemaal mijn koffers inpakken en vertrekken, maar ik zie er vooral de voordelen van in.
Ik word namelijk nooit gevraagd om te koken bij verjaardagen, dus dat scheelt mij weer stress en urenlang staan in de keuken.  

Anyway. Om nog maar een klein stukje privacy los te geven: de achtergrond van LOML is ook een niet-Nederlandse cultuur. Dat houdt in: LOML behoort ook uit een cultuur waar eten&koken ook op nr1 staat, en dat een vrouw die kan koken ook erg belangrijk is. Ik kan dit weekend mijn schoonmoeder dus wel laten zien dat ik heel veel van LOML hou, dat ik zijn wasje draai, zijn overhemden strijk, zijn natje en droogje klaarleg, zijn gezeur aanhoor, maar mijn schoonmoeder zal na dit weekend vooral gaan concluderen of ze wel of geen schoondochter in huis heeft die ervoor kan zorgen dat haar zoon wel genoeg eten krijgt. 
Ja, ik voel de druk enigszins wel, maar jongens, piece of een koekje. Bij dit soort momenten heb ik namelijk een heel handig hulpmiddel ingezet: mijn moeder.

Ik heb mijn moeder de afgelopen dagen meer dan ooit platgebeld. Ik wilde namelijk pepesan maken, en vroeg haar wat ik daarvoor nodig had. Toen belde ik haar om te vragen hoe ik het moest maken. Toen belde ik haar nogmaals wat ik nodig had. Toen onthulde mijn moeder een groot geheim: ‘de bumbu* voor de pepesan kan je ook kant en klaar kopen bij de toko, Des’.
Indonesiers kopen nooit iets kant en klaar uit een zakje of een pakje, dus eigenlijk was ik bezig met een grote schande. Maar goed, als Indonesische vrouw die op  2625jarige leeftijd haar eerste Indonesische maaltijd maakt, is eigenlijk al een grote schande, dit kon er dus ook wel bij.
(Ik ga er vanuit dat bamiesoep niet hoort bij een Indonesische maaltijd voorbereiden, toch? Nee? Echt niet?)

Toen ging ik naar de toko, het walhalla voor alle Aziaten, en een plek voor mij waar ik in vrede kan sterven. In de toko belde ik mijn moeder, want ehh..nogmaals, wat voor kruiden had ik ook nog weer nodig?
Ik belde haar even later weer, want wat had ik ook nog weer nodig voor komkommer zoetzuur?
Tien minuten later belde ik haar weer, of natuurazijn goed is?

Met overvolle fietstassen fietste ik terug naar huis.  Als mijn pepesan gelukt is, kan ik mijn koffers weer rustig uitpakken.

*kruiden

Vorige post Volgende post

0 reacties

Laat een reactie achter