Nou de wonderen

05/07/2010 - 0 reacties

zijn de wereld nog niet uit. Menschen, lieve kinderen, ik heb nooit gedacht dat het ooit zo ver zou komen, MAAR, ik heb dus eindelijk……

mijn perfectste kapsel gevonden. En oh. Nog beter. Mijn vaste kapper gevonden.

Ja lacht u maar in uw vuistje, maar ik heb nogal een haat/liefde verhouding met mijn haren. De laatste tijd is het eigenlijk gewoon een soort van haat-verhouding, maar ok.
En dacht ik eindelijk de meest perfecte kapster te hebben gevonden, ging ik verhuizen. Naar een andere stad. En iedereen weet: als je verhuist naar een andere stad is het eerste wat je moet regelen: een nieuwe kapper.

Het zat namelijk zo: mijn haar zat niet, het zat eigenlijk al maanden niet, en nog steeds wist ik maar niet hoe ik mijn haar wou knippen. Of lang laten groeien. Of een bob. Meer ideeën had ik niet. Dus ging ik op zoek naar een goede kapper. Een Aziatische kapper natuurlijk.

En die heb ik dus gevonden. In de vorm van een heel mager iel jongetje. Hij ziet eruit als hij een jaartje of 20 is, en heeft zijn haar in zo’n heel hip Chinees kapsel, met een klein beetje piekerig haar bovenop. Zijn armen zijn zo dun dat ze 2x in die van mij kunnen en zijn vingers veel te sierlijk voor een man.

Even twijfel ik of hij wel echt goed kan knippen, en nog ga ik in de kapperstoel zitten want zo’n muts ben ik, niet op tijd te durven ingrijpen bij twijfelgevallen (het had me achteraf vast veel kapselblunders besparen).

Ik zei: “ik wil meer volume”.
Hij keek eventjes naar mijn haar, met een heel neutraal gezicht (had ik al gezegd dat ik in New York in Chinatown ook naar een kapper ging, en dat zij de brutaliteit had om naar mijn haar te kijken alsof het een pot stront was? Bij deze. Kijk, ik weet ook heusT wel: mijn haar is een bos stro. Maar dat hoef je ook weer niet zó overduidelijk te laten merken), hij pakte mijn arm vast, draaide mij om, keek naar de achterkant van mijn kapsel en zei alleen:”iek ga bovenop kort kniepen”.
Ik zei: “ehhh…ok…maar ehh…de puntjes dan..ziet dat er niet echt dood uit?”.
Hij zei: “een klein beetje”.

En toen begon hij met knippen. En langzaam dat hij knipte! Let wel: langzaam voor een Chinese kapper he. Want waar ik normaal gesproken binnen 30 min weer buiten sta, was dit jonkie voor mijn gevoel uren bezig. Een pietje precies. Met zijn lange sierlijke vingers in de schaar sneed hij wat haartjes weg, knipte hij wat, toen bovenop iets weg knippen, föhnen, weer knippen, snijden, keek even in de spiegel en toen opeens…

vroeg hij: “waar jij vandaan?”.

Nou zei ik dus al eerder hoe Chinezen knippen. In stilte. In heerlijke stilte, want ik hou er niet van om bij de kapper te kletsen. Doe je ding, knip mijn haar, en hou verder je mond. Maar dit jonkie, die zei dat ik maar “een beetje” dode puntjes had, die mag met mij praten.

“Indonesië”, zei ik.
Hij begon een beetje verlegen te glimlachen. “Oja…ehh……even denken…ehh…selaaamat tidoeeer?*
Ik begon te lachen. “Jaa! hahaaha, slaap lekker?”
“Jaaa…enn…nog een woord…..hallo? Hoe jullie zeggen hallo?”
Ik dacht even na. “Ehhh…selamat? Bedoel je dat?”
“Jaaaa…seeeellaaaaamat!”.

En zie hier. Een vriendschap 4 life is geboren. Ik besloot ook maar meteen de meest belangrijkste vraag te stellen.
“Ehh..jouw haar bovenop, is zo grappig piekerig! Hoe doe je dat?”.

Toen hij klaar was, pakte hij een spiegel om de achterkant te laten zien. Het zat geweldig.

“Hoe heet jij eigenlijk?”.
“Tjin!”.
“Ok Tjin. Vanaf nu ben jij mijn vaste kapper”.

En zo geschiedde.

Vorige post Volgende post

0 reacties

Laat een reactie achter