“Waar je ook aan moet denken

08/09/2010 - 0 reacties

is wat er met het huis gebeurt als hij doodgaat”.

De hypotheekadviseur keek mij doordringend aan. “Ehh..ja..nou ehh..”
Ik wil helemaal niet praten over wat er met het huis moet gebeuren als LOML doodgaat. Ik wil er niet eens aan denken dat LOML een verkoudje krijgt. Want LOML is een man, en mannen zijn aanstellers.
“Mannen zijn aanstellers”, zei ik.
De hypotheekadviseur keek mij nog steeds doordringend aan. Hij is zelf ook een man, natuurlijk.

“Want gevoelsmatig zijn jullie natuurlijk van alles voor elkaar”, ging de hypotheekadviseur verder, ik keek LOML met een grijs aan, LOML maakte een mannelijk grapje die je natuurlijk op dat moment moet maken “ja nou , soms zijn er momenten van niet hoor, hahaha”, “maar volgens de wet zijn jullie NIETS van elkaar”. Hij legde de nadruk op niets.
Niets. Helmaal niets. Vreemden eigenlijk. “Dat betekent dat als er iets met hem gebeurd”, ik dacht er weer over na dat ik niet wil dat er iets met LOML gebeurt, “jij uit het huis moet”.

Als er iets met LOML gebeurt, dan wil ik helemaal niet meer in dat huis wonen. Zul je net zien, gaat LOML daar rondspoken. Ik zie hem er wel voor aan. Uit mijn ooghoeken kijk ik naar LOML. LOML kijkt naar de hypotheekadviseur. De hypotheekadviseur heeft spuug op zijn lip. Ik zie het, en LOML ziet het ook, ik weet het zeker.

“En kijk, als er iets met JOU gebeurt”, de hyptheekadviseur keek mij doordringend aan, “dan moet jij je afvragen”, hij keek nu naar LOML, “kan jij het huis dan nog alleen betalen”? “En als jullie kinderen hebben, wil jij dan fulltime moeten werken om het huis af te betalen?” 
LOML kan er helemaal niet tegen om te praten over de dood of andere dingen die je snel moet afkloppen.

Ooit had ik zin in een gezellig zaterdagavondje op de bank en zei ik hem: ”dus, ok, als ik doodga, dan heb ik liever niet dat je met een andere chick verder gaat hoor”.
Hij keek mij boos aan, en begon hevig tegen de tafel te kloppen.

En nu begon hij dan over wat er zou moeten gebeuren als er iets met mij gebeurt. Als ik doodga, ik wil helemaal nog niet doodgaan. Ik wil nog zoveel dingen doen. Ik wil nog reizen. Ik wil nog in het buitenland wonen. Ik wil nog in 1x goed kunnen inparkeren. En kinderen. Oh mijn lieve kinderen. Die hebben dan geen moeder.

“Ik wil nog niet doodgaan”, zei ik.

De hypotheekadviseur keek ons samen doordringend aan. “Dit moeten jullie allemaal ook goed regelen bij de notaris”. Hij gaf ons beiden een hand.

LOML keek mij aan, terwijl de hypotheekadviseur wegliep.
“Hij had spuug op zijn mond, zag jij dat ook?”.

Vorige post Volgende post

0 reacties

Laat een reactie achter