Op het moment dat je geen inspiratie voor stukjes hebt

09/03/2011 - 0 reacties

is daar nog altijd het informatieavondje voor de nieuwe woning.

Want we hebben een nieuwbouwhuis gekocht, immers.

Het informatieavondje had als bedoeling een presentatie over hoe het huis eruit gaat zien, wat de stand van zaken is, en natuurlijk: wie gaan je buren worden.

Ik weet nu hoe mijn woning eruit komt te zien (iets met Braziliaans hout), de geschiedenis van het architectenbureau dat het huis ontworpen heeft (“dit is dan onze toko waar we heel wat brainstormen” (rot toch op met die informatie)).
Ik weet welke steen wordt gebruikt (iets met rood, en het heet PLB. Of PKB. Of KBP. Anyway, het was te saai om goed op te letten).
Ik weet dat architecten graag de woorden “ecologisch groen” gebruiken, en ik weet nu dat sommige vooroordelen gewoon waar zijn getuige de uitspraak van de notaris “het notarieel recht is al uitdagend genoeg”. En daar ging mijn derde gaaaaaap van de avond.

Maar wat ik nu ook weet is dat er bij elke klas, cursus, workshop, presentatie, vergadering, werkplek of whatever er altijd, maar dan ook ALTIJD een persoon is, die al naar 10 minuten zijn of haar (in dit geval haar) bek mond opendoet.

En nu niet net doen alsof u niet weet wat ik bedoel. U kent ook heusT wel zo’n iemand. Zo was er bij deze informatie avondje een vrouw die al heftig met haar hoofd begon te schudden als ze het ergens niet mee eens is (“nee, absoluut geen boom op het bovendek, dat wil ik niet!”). Haar vragen begonnen standaard met “ja, maar wat nou als” (“er van die hangjongeren bij de trap zitten?”).

Zo’n vrouw met continue angst over het feit dat er jochies zijn die op het grasveldje achter de woning kunnen voetballen, of over haar keuken die ze niet op tijd kan inmeten (“ja, maar, wat nou als ik niet op tijd de onderdelen van mijn keuken kan bestellen?”).

De hele avond (van half 8 tot kwart voor 10) was ze de enige vrouw die de hele tijd met haar handje in de lucht zat om iets te zeggen/vragen/zeiken.

Om 8 uur gingen mijn nekharen al overeind staan, en die zijn de hele avond niet meer rustig gaan liggen, dat kan ik u zeggen.

Aan het eind van de avond vroeg ze aan LOML en mij: “en op welk nummer komen jullie te wonen?”

“Nummer 15”, zei ik.

“Oh dan word ik jullie buurvrouw!” zei ze.

Voor een ogenblik waren LOML en ik stil.

“Grapje hoor, zei ze”,ik kom schuin tegenover jullie te wonen”.

“Ow. Hahahaha”.

Over sommige dingen moet je vooral geen grapjes maken.

Vorige post Volgende post

0 reacties

Laat een reactie achter