Mijn vader en ik part 1

11/10/2017 - 0 reacties

In de zomervakantie, of misschien vlak daarvoor, wou ik Adam leren fietsen. Op het grasveldje. Hij durfde niet goed. hij was bang om te vallen. Ik werd boos. Nee, ik werd woedend. Je valt niet Adam, jezus, zei ik. “En als je valt, sta je toch weer op!”. Hij huilde. Ik schreeuwde. Hij huilde harder, ik begon ook te huilen.

Ik vertelde het aan mijn ouders, en mijn vader zei: oja, dat had ik ook met jou. Je was zo bang om te vallen en ik was zo boos op jou geworden.

Oja. Ik was dat alweer vergeten. Herinneringen kwamen terug. Mijn zijwielen waren gestolen, zei mijn vader. Nu moet je leren fietsen. Hij duwde mij, ik werd bang. Bang om te vallen. Mijn vader werd boos. Begon te schreeuwen. “Waarom ben je nou zo bang”,  schreeuwde hij. Ik durfde niets te zeggen.

Het is een cirkel , de zoveelste die ik opmerk. Ik lijk verdomme meer op mijn vader dan ik denk. Dan ik zelf zou willen. Of heb ik meer trekjes van hem overgenomen?

Morgen part 2, een analyse hierover.

Vorige post Volgende post

0 reacties

Laat een reactie achter