Categorie

Des Moedert

Nog even over dat vliegen met kinderen.

09/01/2017 - 2 reacties

Ik snap, heust, dat het geen pretje is om heel lang (zeg: 14 uur) met krijsende kinderen in de vliegtuig te zitten. Ik kan me heel goed voorstellen (geloof mij echt dat ik dit kan) dat je het liefst een raam in slaat, het kind er zo in propt, hatsjiekiedee, tot nooit meer ziens, weer je Bose koptelefoon op kan doen en verder kan kijken naar een film die nog niet uit is in Nederland maar YES, hier in het vliegtuig dus mooi wel zodat je bij thuiskomst kan zeggen: ha! Die film heb ik dus al gezien!.

Ik begrijp het heel goed, want van de 356 365 dagen in een jaar verblijf ik zeker 300 dagen met zulke kinderen in 1 huis. Toegegeven het is niet zo klein als een Airbus a380, maar dus een huis waar de kinderen achter elkaar kunnen rondrennen, tikkertje kunnen spelen of achter elkaar kunnen steppen en fietsen (het lijkt nu alsof wij in een echt groot huis wonen, maar dat valt dus mee).

Kinderen kunnen eikels zijn, echt, en ik ben dan zo’n ouder die ze dus zonodig mee moet nemen in een vliegtuig. Maar ik vind dus ook, maar dat ben ik, dat we best een beetje rekening met elkaar kunnen houden. In de vliegtuig op weg naar Bali zat er een meneer een paar rijen voor ons bozig naar mij te gebaren dat ik Ed en Joep rustig moest houden. En zo vervelend waren ze niet, echt niet. Ze schreeuwden niet, in ieder geval Ed niet. Joep huilde vooral bij turbulentie omdat hij dan in zijn eigen stoel moest, iets wat hij echt niet wou. Ter verdediging: hij was ziek. Toegegeven: als moeder van deze 2 kinderen ben ik misschien niet de meest onpartijdigste partij, nee.  Maar de meneer bleef boos gebaren, met zijn handen naar beneden, u weet wel, een beetje zoals Ross.  Toen dat niet hielp (tja) begon hij de hele tijd boos naar mij te kijken.

En toen werd ik dus boos. Woedend, eigenlijk. Want ik was ook moe ja, van de reis, van de kinderen, van mezelf vooral. Ik wou het liefst naar hem toe gaan en een glas appelsap over hem gooien. Ik wou hem bij zijn overhemd vast pakken, hem naar mij toe trekken en met mijn 10-uur-vliegen-mondgeur tegen hem sissen “weet je waar een chagerijnige moeder nog chagerijniger van wordt? Guess what?!” en daar heel gemeen bij kijken.

Alleen zei LOML dus “doe maar niet”. En toen deed ik het maar niet. En toen liep ik ’s nachts naar de wc en ik zag hem slapen, eindelijk, en ik liep terug naar Ed en Joep, en die sliepen ook eindelijk, en toen dacht ik: fieuw. Alles komt goed.