Moederen

03/07/2017 - 9 reacties

Een paar weken geleden stonden Ed en Joep achter de deur. Pas op, zeiden we. Jullie blote voetjes. Jullie vingertjes. Ed deed met een klap de deur dicht. Joep hoorde ik brullen. Bloed overal.

De paniek die ik toen voelde heb ik, denk ik, nog nooit eerder gevoeld. Zijn vinger ging vlug onder de kraan, maar ik zag al meteen dat het niet goed was. Ik liep terug naar de deur en daar lag op de grond een klein vingertopje. Rustig blijven, dacht ik toen. Als ik in paniek blijft, blijft Joep dat ook. Dus ik hield een huilende Joep in mijn armen en ik ademde in en ademde uit en ik zei: rustig maar, mama is hier, en slikte al mijn tranen in.

LOML belde met het ziekenhuis. We konden meteen meteen langskomen. In de auto, onderweg, ik lees het weleens. Dat die weg zo lang duurt. Dat is waar. Het duurt eeuwen. LOML en ik vertelden grappige verhaaltjes aan Joep om hem af te leiden, hij werd stil.

Lang verhaal kort: het komt helemaal goed met die vinger. Er zit nog steeds een verband om heen, we moeten elke ochtend verwisselen en spoelen, maar de huid herstelt goed en over een paar jaar kunnen we er hartelijk om lachen en later als Joep groot is kan hij er een heel stoer verhaal over vertellen tegen meisjes.

Maar toch, ik was er opeens zo van bewust dat dit dus ook kan gebeuren. Iets met je kinderen. Er moesten foto’s gemaakt worden van Joep zijn vinger en ik kon niet bij hem zijn vanwege mijn zwangerschap. Achter een raam keek ik naar hem, stak ik een duim op, zei ik “alles komt goed!”, maar ik zag hem daar liggen. De angst in zijn ogen. De kwetsbaarheid. Het verdriet. Ik dacht aan alle ouders die veel erger mee maakte. Een ziek kind, een overleden kind. Ik werd al gek bij mijn kind met een klein vingertopje eraf.

Weet je wat het is? Het is de pijn die je kind op dat moment heeft. Dat gaat door je hart, als een steek. Het gevoel dat jouw kind pijn hebt en dat jij er niets aan kan doen. Ik gun het niemand.

Wat ik ook hiervan heb geleerd: ik heb de afgelopen jaren me heel veel gefocust op Ed. Op zijn gevoeligheid, zijn spiegel, zijn karakter. Ik was zoveel bezig met Ed en onze band dat ik Joep een beetje voor lief nam. Joep redt zich wel. Joep kan dat wel. Ik hoef me niet druk te maken om Joep. Maar na “vinger-tussen-de-deur-gate” zag ik Joep opeens echt staan. Ten eerste: het is een binnenvetter. Hij huilt niet, hij zegt niets als hij pijn heeft. Hij laat het wel zien, op zijn manier. Dat moet je kunnen lezen. Het is heel anders dan Ed die echt praat en vertelt hoe hij zich voelt. Toen LOML en ik dat doorhadden zeiden we tegen Joep: je mag ook huilen. Je mag ook zeggen als het pijn deed. Vanaf dat moment deed hij dat ook. Huilen bij het ziekenhuis. Huilen bij het verband verwisselen. Hij wil nog steeds niet alleen inslapen. Ik wil niet alleen zijn mama, zei hij. Het geeft niets. Het komt wel goed. Met hem, met ons.

Ten tweede nog over dat: ik merk dat, nu ik me minder focus op Ed, onze band veel beter wordt. Loslaten heet zoiets dacht ik.

Ik word steeds beter in het moederen, het mag best gezegd worden. Ik groei in mijn rol als moeder. Ik leer mijn kinderen steeds beter kennen, zij leren mij kennen. Ik geniet zo van ze. Ze zijn de eerste waar ik aan denk als ik wakker word ’s ochtends en de laatste waar ik aan denk vlak voordat ik in slaap ga. Vaak moet ik dan nog even lachen. Om die spontane kinderlijke dingetjes.

Week 25. Mijn buik, hij groeit. Ik ben me super bewust van mijn lichaam. Van de kracht die ik heb, mijn spieren. Mijn benen, mijn heupen. Mijn zachtheid. Ik geniet van alle bewegingen in mijn buik. Laatst had ik een prachtige ceremonie en ik had al prachtige ervaringen om me heen gehoord. Dat je echt connectie maakt met je baby en dat is ook echt zo. Hartje.

Over vrouwen: ik hou van ze/jullie. De laatste maanden ben ik zo trots op het feit dat ik vrouw ben. Ik erken al mijn vrouwelijke eigenschappen. Ik wil me niet meer schamen, ik laat mijzelf zien, ik ben trots op alle vrouwen om mij heen. “Ik wil echt niet alleen maar moeder zijn hoor”, riep ik keihard tijdens mijn zwangerschap van Ed. Nu ben ik juist zo trots op het feit dat ik moeder ben. Dat ik in staat ben om leven te dragen, om dat te creëren, om te baren. Het is zo’n mooi goddelijk iets. Ik geloof oprecht dat elke vrouw een moeder in zich heeft, of ze nou al echt moeder is of niet. Maar dat verzorgende, die ultieme liefde, dat hebben wij. Wij vrouwen. Daar mogen we best trots op zijn.

Nog leuk nieuws, denk ik, ik vind van wel: er komt een boek. Over mezelf, van mezelf, voor mezelf, en ook voor jullie. Het gaat over de lessen die ik afgelopen jaren heb geleerd. Het gaat over mezelf, als persoon, maar natuurlijk ook als moeder. Ik wou er eerst een e-book van maken, maar dat werd teveel bladzijden. Toen dacht ik dat ik het boek zelf wel wou uitgeven en vond ik een hele enthousiaste uitgeverij die dat wou doen. En toen mailde ik weer eens met A. die bij AW Bruna werkt en die kijkt er nu ook naar. Natuurlijk laat ik het boek het liefst uitgeven door AW Bruna, maar mocht dat niet gaan dan is dat ook niet erg.  Dit kadootje aan mezelf komt er sowieso wel.