Des moedert: de moeder van L.

16/08/2016 - 0 reacties

34e0d37930ade7af26753c6d1745bb2f

In mijn ideale wereld gaat het zo. Ed heeft een vriendje gevonden waar hij leuk mee speelt. De moeder van het vriendje komt hem zo af en toe ophalen. We hebben een klik, en voor we het weten gaat ze niet meteen weer weg, maar blijft ze gezellig aan de keukentafel waar we de diepste gesprekken hebben over Het Leven, maar ook over Onze Mannen, hoe vervelend die af en toe kunnen zijn,  we trekken een fles wijn open en we lachen wat af bij onze jongens. Die overigens bro’s 4 life blijven en later elkaars vrijgezellenfeestje organiseren waarbij wij, de moeders dus, elkaar bellen en gniffelend lachen over de katers die ze hadden.
The End.

Onze buurjongen is 8 jaar oud. Dat is 5 jaar ouder dan Ed. Toen ik zwanger was van Ed zei zijn moeder al een keer tegen mijn moeder dat ze dat heel leuk vond want dan had haar zoontje L eindelijk iemand om mee te spelen. L. is trouwens enig kind. Inmiddels kunnen ze dus samen spelen. Alleen: er scheelt dus wel 5 jaar tussen. Dat is nogal wat. Zo begrijpt L Ed niet altijd, en andersom ook niet. Maar goed, geef ze een bal, een step, wat lego en klaar ben je.

Ed is super super fan van L, logisch want hij is fan van allemaal oudere kindjes. Dat vindt hij heel interessant. Mag ik met L spelen, vraagt hij soms, en dan kijk ik even op de klok omdat L al naar school gaat. Nog even wachten Ed, zeg ik dan. L zit nog op school. Op sjool? vraagt Ed dan. De harde G is ook echt heel moeilijk voor kleine kindjes.

Enfin, L vindt het ook leuk met Ed, maar hij speelt met iedereen. Volgens zijn vader. Dat zei zijn vader namelijk tegen de vader van Ed, LOML dus. Kortom: iedereen praat wel een beetje met elkaar, maar de moeder van L en ik dus niet. Niet echt. Dat komt, en nu lijkt het alsof ik haar de schuld geeft maar dat is echt niet zo, omdat de moeder van L best wel stil is. Ik wil zeggen: verlegen. Timide. En, je gelooft het niet, maar dan word ik dus ook zo. Dan zeg ik dus ook heel weinig.

Terwijl mijn moeder dus de beste gesprekken met haar heeft, als ik haar moet geloven dan. Als mijn moeder haar tegenkomt dan vertelt ze mij wat ze allemaal met haar besproken heeft. Terwijl als ik Ed bij haar ophaal of Joep uit haar keuken trekt omdat hij weer eens chips vraagt (true story), er niet meer wordt gezegd dan “hoi. Ja. Hahaha. Grappig he. Ok daag”.

Kijk, mijn ideale wereld, dat we lachend aan de keukentafel zitten met een fles wijn lallend over het leven als fulltime thuismoeder (dat is zij trouwens ook), dat vergeet ik maar even. Maar een beetje praten over hoe vervelend onze jochies kunnen zijn, dat moet wel kunnen toch?

Laat ik binnenkort toch maar eens met een flesje wijn langsgaan.

Des moedert: tijd voor jezelf

14/08/2016 - 2 reacties

babf59498c7ef9abb32d6c48da31b04e

Ik schreef al eerder dat ik de luxe heb met 2 oma’s (en opa’s) niets liever willen dan oppassen. Die gaan klagen als ze Ed en Joep 1 weekje niet zien. Die het met alle liefde doen, en er niets voor willen, helemaal niets. Geen treinkaartje, geen benzinegeld. Leuk, zal je denken, maar soms voel ik me er ook nog eens schuldig voor. En dat het niet niet vanzelfsprekend is bleek laatst maar weer.

Mijn moeder was aan het wandelen met Ed en Joep en kwam een kennis tegen. Die zelf 3 kleinkinderen heeft. Ze maakten een praatje met elkaar en toen de kennis aan mijn moeder vroeg wat voor werk ik deed zei mijn moeder dat ik thuismoeder was. “Ze werkt niet? En jij past nog steeds op de kleinkinderen?” vroeg de kennis toen.

Nou is zo’n uitspraak niet voor niets. Mijn moeder hoort wel vaker verhalen van oma’s die niet oppassen, die dat gewoon niet willen, in ieder geval niet zo’n verplichting. Snapt mijn moeder totaal niet. En dat geeft ook niets, want we leven nou eenmaal in een westers land waar het niet vanzelfsprekend is. Het doet mij dus ook niets, maar wat mij wel doet is dat het dus nog steeds geld: ik “neem” kinderen, ik ben dus moeder, dus ik moet er ook maar fulltime voor zorgen. Die ene dag in de week, terwijl ik niet werk (ook een rare uitspraak: alsof ik dus niets nuttigs doe), heb ik kennelijk niet nodig. Er wordt kortom nog steeds verwacht dat je je als moeder voor 100%,, als het kan 200%, inzet. Even me-time, even tijd alleen om juist weer op te laden en weer de beste moeder van de wereld te zijn, dat is toch nog een beetje raar. Om je over schuldig te voelen, eigenlijk.

Wat ik, natuurlijk, ook doe. Want ik ben een vrouw en ik ben een moeder. Dat zit nou eenmaal in mijn genen, klaar. Maar ik doe het toch, die me-time. Regelmatig. Want er is bijna niemand die tegen mij zegt dat ik het goed doe als moeder. Ik heb geen functioneringsgesprekken, geen loonsverhoging of wat dan ook waaruit blijkt dat mijn werk gewaardeerd wordt. Sta ik weer te bedenken wat voor lekker maaltje ik vandaag eens ga koken, spuugt Joep het weer uit. Super dankbaar, not.

Dus moet ik het zelf doen, dat heb ik inmiddels geleerd. Goed voor mezelf zorgen, mezelf waarderen en vooral me-time inplannen. Vooral dagjes uit doen, alleen of met mijn vriendinnen.

Zie al die stoere mama’s die ik interviewde voor Des Interviewt wat voor advies ze op het laatst geven: neem tijd voor jezelf! Wees niet alleen moeder!

Ik ken ze nog steeds, niet veel, maar ze zijn er: die moeders die nog nooit 1 nacht/dag zonder hun kinderen zijn geweest. Heel goed van ze, echt. Maar ik zou ze ook het liefst willen zeggen: je bent niet alleen moeder. Je bent ook nog die inner sexy goddess. Neem die ene dagje, dat ene nachtje, heerlijk voor jezelf. Dat mag.

Des verwondert: bel mij niet.

13/08/2016 - 7 reacties

e16b6c7c717106935c8fc313dbd64686

Er zijn mensen die gebruiken hun telefoon vandaag, ja in het jaar 2016, nog steeds echt als een telefoon. En daarmee bedoel ik dus dat ze er ook daadwerkelijk mee bellen.

Nog erger: dat zijn 2 mensen in mijn nabije omgeving. Mijn beste vriendin R. belt regelmatig. Met haar vriendinnen (ja, ze heeft meer vriendinnen dan ik, schandalig). Soms gebruikt ze voice notes. Dat is inderdaad een gesprekje via de app. Dus niet whatsappen, maar je houdt het knopje in en je zegt wat. ‘Wacht”, appt ze dan, “ik ben te lui om het hele verhaal te typen”. En vervolgens krijg ik 4 of 5 voice notes van haar. Handig dat wel. En beter dan bellen. Ik stuurde LOML eens zo’n voicenote toen ik een app terug kreeg. “Ik ben met mensen, app me”. De verstandhouding werd meteen duidelijk.

Over LOML gesproken: hij belt ook nog steeds. Soms wacht ik op een bericht van iemand en dan zegt hij: waarom bel je niet even?
BELLEN? Ik kijk hem vervolgens raar aan. Bellen? Met de telefoon? Nee.  Dat is precies wat ik hem zeg. Waarop LOML mij weer aankijkt. Ik word daarom alleen gebeld door LOML, soms mijn beste vriendin R., maar zij weet inmiddels dat ik toch niet opneem, dus de keren dat zij mij belt worden steeds minder en verder door wat anonieme nummers die ik nooit opneem. Zelf gebruik ik mijn telefoon alleen om te bellen met de psz om te zeggen dat we ons wederom hebben verslapen en dat Ed werderom ietsje later wordt (mijn kinderen hebben het talent om uit te slapen op die dagen wanneer er niet uitgeslapen kan worden).

Maar goed, dat bellen dus. Het is niet dat ik een bel-angst heb, totaal niet, ik kan het u op mijn cv laten zien. Ik heb wel bij 5 bedrijven gewerkt als callcenter agent, ok dat was 1x een outbound functie, maar toch. Het is alleen wel dat ik zoiets heb van: app me gewoon. Dan kan ik zelf weten wannneer ik reageer. En ok, met bellen kan ik natuurlijk ook wel zelf weten wanneer ik opneem, maar je bent toch nieuwsgierig waarom iemand belt om vervolgens zelf op te nemen. Super irritant dus. Waarmee ik alleen maar wil zeggen: de telefoon gebruiken om te bellen, daar wordt niemand een beter mens van.

Des schrijft tussendoor een stukje: beige broek

12/08/2016 - 4 reacties

05d0f0e1daadbb309c8166025c0ed5d2

Maandagochtend.
Ed en Joep zijn aan het spelen bij de buurjongen. Ik zit heerlijk op het dek. Het bankje dat op ons dakterras staat hebben we naar het dek gesleept. Wie zit er nou nog op het dakterras. Wij niet. Onze buurvrouw wel. Met haar vriendin. Ik hoorde haar praten hoe pijn haar blaas deed.
Vervelend.

Het dakterras is bloedjeheet. Op het dek is het tenminste een beetje koel. Ik drink mijn koffie op, vietnamees, jawel. Ik hou ervan. Vietnameze koffie heeft echt een andere smaak dan andere koffie. Ja echt. Ik zeg dit terwijl ik helemaal niet zo’n koffiekenner ben. Terwijl ik ook een zwak heb voor Starbucks koffie (volgens een vriend van mij “een echte koffiekenner” aldus hemzelf, is Starbucks koffie geen echte koffie).
Een vriendin van mij werkt bij een koffietentje. Ze vertelde eens dat ze altijd moet lachen als klanten naar een “lattuh makkiaatoo” vragen. Dat doen ze echt, die mensen mogen ook stemmen denk ik dan.

Het was al bijna tijd om weg te gaan. Ik heb een afspraak bij de chiropraktor. Joep komt alweer aanlopen, hij kan nooit zo lang bij de buurjongen spelen. Ik loop naar hun huis om Ed op te halen. Ik wil niet, zei hij. Over peuters die nooit met je mee willen gaan en dit keihard in het hard gaan roepen zodat je bang bent dat anderen gaan denken “waarom wil dat jongetje niet mee naar huis, zou het zo verschrikkelijk zijn bij hun thuis, zou die moeder hem ophangen aan de kapstok als hij niet wil eten?” later meer.

Hij mag wel hier blijven hoor, zei de buurvrouw. Echt, vroeg ik nog. Ik wil mensen niet lastig vallen. Het is niet erg, zei ze, “ik blijf toch thuis”.

Ik ging terug naar huis om mijn telefoonnummer op een briefje te schrijven. Voor de zekerheid.  Ik loop weer terug. “Ed, mama gaat even weg”. Gedraag je, zei ik erbij. Ik probeerde er een “en als je dat niet doet dan zwaait er wat straks” blik aan toe te voegen maar Ed begon te lachen. Mislukt.

Onderweg naar de chiropraktor staan we stil voor het rode stoplicht. Het is benauwd. Daarom heb ik geen jas aan. Wel een spijkerbroek, want dat is handig als je bij de chiropraktor op het bankje ligt. Een keer had ik een rokje aan. Ik moest op mijn zij liggen en mijn hele achterkant (mijn reet dus) lag bloot. Mijn chiropraktor (ja, die knappe) zag het niet. Of deed net alsof hij het niet zag.

Voor mij zag ik een vrouw die het warm had. Ze had een beige broek aan (die bestaan, heb ik geen oordeel over), en bij haar bilnaad zweette ze. Ze zat op haar fiets, maar toch zag ik het.

Toen het stoplicht op groen sprong ging ze even van haar zadel om kracht te zetten. Ja, ze had het echt warm, precies daar.

Mijn chiropraktor is op vakantie. Als vervanger is daar S. S. heb ik eerder gezien. Hij heeft een baard. En warme handen. En hij komt uit Australie. Hij vroeg mij “where you from”, ik zei “Indonesia” hij zei “oh thats nearby”, en ik zei “oh your an aussie?”. Vinden aussies het eigenlijk wel leuk als iemand anders zegt dat ze een aussie zijn?

S. is ook al zo’n knapperd. En grappig. Hij zegt altijd “hello little dude” tegen Joep. Die vindt hem ook leuk. Hi, zegt hij dan terug. De behandeling duurt, zoals altijd, 5 minuten. S. praat engels, en soms nederlands. “Now op de buuk” of “inademah” en “uut adema”.

Onderweg naar huis dacht ik er aan dat het goed was dat ik een spijkerbroek aan had. En geen beige broek.